Via Systems (Systemen) in Novell Customer Center kunt u de informatie over individuele installaties van Novell-producten bekijken en beheren. Een systeem is een apparaat dat een Novell-activatiecode gebruikt die in Novell Customer Center is geregistreerd.
De volgende taken zijn beschikbaar:
Er wordt automatisch een systeem aangemaakt als een product tijdens de installatie bij Novell Customer Center wordt geregistreerd, zelfs als er tijdens de registratie geen activatiecode voor het product wordt gebruikt. Als u een beheerder bent, kunt u in Novell Customer Center alle systemen zien die voor uw organisatie zijn geregistreerd. Ook wordt er aangegeven of deze systemen moeten worden geactiveerd. Indien u geen beheerder bent, kunt u alleen uw eigen installaties zien.
Geregistreerde systemen bekijken:
Meld u zoals beschreven in Gedeelte 2.1.2, Aanmelden bij Novell Customer Center bij Novell Customer Center aan.
Klik op (Systemen) in het navigatieframe links om de pagina Systems Information (Systeeminformatie) weer te geven.
(Optioneel) Gebruik het filter om naar specifieke content te zoeken of klik op de kolomkop om de lijst opnieuw te ordenen. Met het
-pictogram rechts van de filtervelden past u het filter toe. Gebruik het
-pictogram om het filter te wissen.
Als een systeem tijdens de installatie zonder activatiecode is geregistreerd, wordt in Novell Customer Center onder Systems (Systemen) (Activatie vereist) weergegeven. U kunt een systeem te allen tijde activeren door de activatiecode van het systeem in Novell Customer Center in te voeren.
Meld u zoals beschreven in Gedeelte 2.1.2, Aanmelden bij Novell Customer Center bij Novell Customer Center aan.
Klik op (Systemen) in het navigatieframe links.
(Optioneel) Gebruik het filter om naar specifieke content te zoeken of klik op de kolomkop om de lijst opnieuw te ordenen. Met het
-pictogram rechts van de filtervelden past u het filter toe. Gebruik het
-pictogram om het filter te wissen.
Klik op het systeem dat u wilt activeren en vervolgens op het (
).
Selecteer een abonnement in de lijst of voer uw activatiecode in het daarvoor bestemde vakje in.
U kunt een abonnement in de lijst zoeken door de naam van het abonnement in het veld (Abonnementen) in te voeren en op (Zoeken) te klikken.
Klik op (Activeren).
Meld u zoals beschreven in Gedeelte 2.1.2, Aanmelden bij Novell Customer Center bij Novell Customer Center aan.
Klik op (Systemen) in het navigatieframe links.
(Optioneel) Gebruik het filter om naar specifieke content te zoeken of klik op de kolomkop om de lijst opnieuw te ordenen. Met het
-pictogram rechts van de filtervelden past u het filter toe. Gebruik het
-pictogram om het filter te wissen.
Klik op het systeem dat u wilt verplaatsen en vervolgens op het
-pictogram.
Selecteer het abonnement of voer de activatiecode in van het abonnement waarnaar u de systemen wilt verplaatsen.
U kunt een abonnement in de lijst zoeken door de naam van het abonnement in het veld (Abonnementen) in te voeren en op (Zoeken) te klikken.
Klik op (Verplaatsen).
Als uw organisatie veel systemen bevat, is het gemakkelijker om die systemen te beheren als deze in groepen zijn onderverdeeld. U kunt bijvoorbeeld groepen voor verschillende afdelingen, groepen gebruikers of producten aanmaken.
Een groep aanmaken:
Meld u zoals beschreven in Gedeelte 2.1.2, Aanmelden bij Novell Customer Center bij Novell Customer Center aan.
Klik op (Systemen).
De linkerkolom in de lijst (Systemen) geeft de op dat moment beschikbare groepen weer. Er zijn standaard twee groepen: (Alles) en (Activatie vereist).
Klik op het pictogram (
) in de lijst met groepen.
Voer de nieuwe groepsnaam in en klik op (Toevoegen).
De nieuwe groep wordt nu weergegeven in de lijst.
Een systeem naar een groep verplaatsen:
Meld u zoals beschreven in Gedeelte 2.1.2, Aanmelden bij Novell Customer Center bij Novell Customer Center aan.
Klik op (Systemen) in het navigatieframe links.
De pagina Systems Information (Systeeminformatie) wordt geopend. De linkerkolom in de lijst (Systemen) geeft de op dat moment beschikbare groepen weer. De andere kolommen geven informatie over elk van de geïnstalleerde systemen weer.
Selecteer de naam van het systeem dat u wilt verplaatsen en sleep dit naar de naam van de groep waarnaar u dit wilt verplaatsen.
U kunt Shift+klik of Ctrl+klik gebruiken om meerdere systemen te selecteren.
Het systeem wordt naar de geselecteerde groep verplaatst en de inhoud van die groep wordt weergegeven.
U kunt allerlei informatie over de geïnstalleerde systemen bekijken, inclusief algemene systeeminformatie, systeemeigenschappen, productabonnementen van het systeem en informatie over de beschikbare downloads.
Meld u zoals beschreven in Gedeelte 2.1.2, Aanmelden bij Novell Customer Center bij Novell Customer Center aan.
Klik op (Systemen) in het navigatieframe links.
(Verplicht) Klik als uw systemen in groepen zijn georganiseerd op de naam van de groep met het systeem waarvan u de informatie wilt bekijken.
(Optioneel) Gebruik het filter om naar specifieke content te zoeken of klik op de kolomkop om de lijst opnieuw te ordenen. Met het
-pictogram rechts van de filtervelden past u het filter toe. Gebruik het
-pictogram om het filter te wissen.
Dubbelklik op het gewenste systeem.
De pagina Information (Informatie) van het geselecteerde systeem wordt geopend.
(Optioneel) Klik op (Bewerken) naast het kopje (Systeemeigenschappen) om de eigenschappen van uw systeem te bewerken. Raadpleeg Gedeelte 3.2.6, Systeemeigenschappen bewerken.
Op de pagina met eigenschappen van het systeem kunt u nuttige informatie over het betreffende systeem opslaan. U kunt onder andere de systeemnaam, een omschrijving en informatie over de locatie van het systeem opslaan.
Systeemeigenschappen bewerken:
Meld u zoals beschreven in Gedeelte 2.1.2, Aanmelden bij Novell Customer Center bij Novell Customer Center aan.
Klik op (Systemen) in het navigatieframe links.
(Verplicht) Klik als uw systemen in groepen zijn georganiseerd op de naam van de groep met het systeem dat u wilt bewerken.
Dubbelklik op het gewenste systeem.
Open de pagina System Properties (Systeemeigenschappen) door op het tabblad (Eigenschappen) of de koppeling (Bewerken) naast het kopje (Systeemeigenschappen) te klikken.
Bewerk de eigenschappen en klik vervolgens op (Opslaan).
Raadpleeg Offline systemen handmatig toevoegen om handmatig offline systemen aan een abonnement toe te voegen.
Meld u zoals beschreven in Gedeelte 2.1.2, Aanmelden bij Novell Customer Center bij Novell Customer Center aan.
Klik op (Systemen) in het navigatieframe links.
(Optioneel) Gebruik het filter om naar specifieke content te zoeken of klik op de kolomkop om de lijst opnieuw te ordenen. Met het
-pictogram rechts van de filtervelden past u het filter toe. Gebruik het
-pictogram om het filter te wissen.
Dubbelklik op het systeem waarvoor u een patch of upgrade wilt downloaden.
Klik op (Patches en updates) in het gedeelte (Downloads).
Als er geen patches of updates beschikbaar zijn, is de koppeling (Patches en updates) niet zichtbaar.
Volg de aanwijzingen op het scherm op om de patch of upgrade voor het geselecteerde systeem te downloaden.